Uitzicht belemmerende en overhangende beplanting

Bekijk uw tuin kritisch en snoei waar het nodig is

Voor de veiligheid van de weggebruikers, zowel snel- als langzaam verkeer, worden allerlei maatregelen genomen. Wegbelijningen, verkeersborden en verkeersregelinstallaties zijn bedoeld om het verkeer in goede banen te leiden. Dat beplanting ook een belangrijke rol speelt bij de verkeersveiligheid wordt nogal eens onderschat. Uitzichtbelemmerende en overhangende beplanting kunnen het verkeer erg hinderen. In 2000 zijn de "uitvoeringsregels uitzicht belemmerende en overhangende beplanting" vastgesteld. Deze regels zijn noodzakelijk om antwoord te geven op de vraag aan welke eisen/maatvoering uitzichtbelemmerende obstakels en (overhangende) bomen/beplanting moeten voldoen om te voorkomen dat deze het verkeer hinderen.

Uitzichtdriehoeken bij kruisingen

Voor een veilige verkeersafwikkeling op kruisingen is het noodzakelijk dat een vrije uitzichthoek naar links en rechts is gegarandeerd. Het uitzicht naar links en rechts moet bij een voorrangskruising ruimer zijn dan bij een gelijkwaardige kruising, omdat het verkeer dat een voorrangsweg nadert, voorrang moet verlenen aan het van links en rechts komende verkeer. Daarbij geldt op een voorrangsweg vaak een hogere maximumsnelheid. Bij gelijkwaardige kruisingen is vooral het uitzicht naar rechts van belang. Om te zorgen voor voldoende uitzicht, zijn voor de kruisingen uitzichtdriehoeken vastgesteld. Met uitzichtdriehoeken wordt bedoeld het gebied waarin de verkeersdeelnemers voldoende zicht op elkaar moeten hebben. De uitzichtdriehoek is groter naarmate de toegestane maximumsnelheid hoger is. Hierbij is rekening gehouden met de volgende maximumsnelheden op de wegen: 30, 50, 60 of 80 km/uur. De voorwerpen of beplanting die in een uitzichtdriehoek aanwezig zijn, mogen niet hoger zijn dan 50 cm. Een uitzondering kan worden gemaakt voor bomen als deze zijn gesnoeid tot een hoogte van minimaal 3 meter en er tussen de stammen voldoende uitzicht blijft (minimaal 1 meter breed tussen de stammen).

Overhangende beplanting

Naast regels voor het uitzicht bij kruisingen, zijn ook regels vastgesteld voor overhangende begroeiing. Bij een voetpad mag begroeiing niet lager hangen dan 2,5 meter. Voor fietspaden geldt hetzelfde, met de aanvulling dat naast het fietspad een strook van 50 cm moet worden vrijgehouden. Voor wegen geldt dat begroeiing niet lager mag hangen dan 4,5 meter, gemeten 1 meter vanaf de zijkant van de weg.

Verzoek

Wij verzoeken u als eigenaar en/of gebruiker vriendelijk uw beplanting, indien nodig, volgens deze richtlijnen terug te snoeien. De weggebruikers zullen u dankbaar zijn.

Uitgelicht